Het kabinet vindt dat Zuid-Holland te voorzichtig is met nieuwe woningbouwlocaties en te streng wil sturen op sociale huur. Daardoor kunnen bouwprojecten volgens woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan vertragen of financieel moeilijker rondkomen, juist in een provincie waar de komende jaren een groot deel van de nationale woningbouwopgave moet landen.
25%
van de nieuw te bouwen woningen moet volgens de plannen ongeveer in Zuid-Holland komen
30%
sociale huur is de landelijke norm binnen de betaalbaarheidsopgave van het kabinet
33%
sociale huur wil Zuid-Holland minimaal op gemeentelijk niveau vastleggen
Botsing over bouwruimte
De woningbouwplannen van Zuid-Holland sluiten volgens het kabinet onvoldoende aan op het landelijke woonbeleid. Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan heeft Provinciale Staten gevraagd de plannen van het provinciebestuur aan te passen, omdat de provincie volgens haar te weinig ruimte laat voor nieuwe woningbouw buiten bestaand stedelijk gebied.
De timing maakt de brief politiek gevoelig. Provinciale Staten debatteren over de ruimtelijke voorstellen van Gedeputeerde Staten, terwijl het Rijk juist in Zuid-Holland een groot deel van de woningbouwopgave wil realiseren. Als de provincie bouwlocaties beperkt, kan dat direct doorwerken in grondposities, planvorming en de snelheid waarmee projecten naar uitvoering gaan.
Buitenstedelijk bouwen als breekpunt
De kern van het meningsverschil zit in de vraag waar nieuwe woningen mogen komen. Het kabinet vindt dat Zuid-Holland kansen laat liggen voor kleinere nieuwe wijken en grotere buitenstedelijke locaties. Hierdoor ontstaat het risico dat de bouwproductie te afhankelijk blijft van complexe binnenstedelijke projecten, waar grondposities, infrastructuur, stikstof, parkeren en bestaande functies vaak voor vertraging zorgen.
Zuid-Holland is voor het Rijk geen provincie aan de zijlijn. Ongeveer een kwart van de nieuw te bouwen woningen moet daar in de komende jaren worden gerealiseerd. Als ruimtelijke kaders daar strakker worden dan landelijk gewenst, raakt dat niet alleen lokale gebiedsontwikkeling, maar ook de nationale woningbouwplanning.
De discussie draait niet alleen om aantallen woningen, maar om uitvoerbaarheid. Een plan dat maatschappelijk wenselijk is, kan alsnog vastlopen als locatiekeuze, betaalbaarheidseisen en financiële haalbaarheid niet op elkaar aansluiten.
Betaalbaarheid schuurt met haalbaarheid
Ook de betaalbaarheidseisen zorgen voor spanning. Het kabinet stuurt op 30% sociale huur binnen de bredere afspraak dat twee derde van de nieuwbouw betaalbaar moet zijn. Daaronder vallen naast sociale huur tot €932,93 per maand ook middenhuur tot €1228,07 en koopwoningen tot €420.000.
Zuid-Holland wil verder gaan en minimaal 33% sociale huur op gemeentelijk niveau vastleggen. Volgens de minister kan dat de financiële haalbaarheid van projecten onder druk zetten, omdat sociale huurwoningen in veel gebiedsontwikkelingen onrendabel zijn. Dit vertaalt zich in grotere tekorten in grondexploitaties en een zwaardere opgave voor gemeenten, corporaties en marktpartijen om plannen sluitend te krijgen.
Nieuwe wet moet regie verduidelijken
De discussie speelt tegen de achtergrond van de Wet regie, waarin afspraken tussen Rijk, provincies en gemeenten over woningbouw en betaalbaarheid duidelijker moeten worden vastgelegd. Volgens de minister lopen de provinciale percentages vooruit op afspraken die straks landelijk worden bepaald, waardoor nu al onduidelijkheid kan ontstaan bij gemeenten, corporaties en ontwikkelaars.
Zuid-Holland ziet dat anders. De provincie wijst erop dat provinciale regels vervallen voor zover het Rijk hetzelfde onderwerp regelt. Het ministerie deelt die uitleg niet. Voor de praktijk houdt dit in dat partijen voorlopig rekening moeten houden met bestuurlijke onzekerheid, zeker bij projecten waarvan de businesscase gevoelig is voor extra sociale huur of beperktere locatiekeuze.
Meer regie betekent nog geen snellere bouw
De brief van de minister laat zien hoe lastig de woningbouwopgave bestuurlijk is geworden. Het Rijk wil tempo, betaalbaarheid en voldoende bouwlocaties; provincies sturen op ruimtelijke kwaliteit, landschappelijke grenzen en regionale afwegingen. Zodra die doelen botsen, verschuift de onzekerheid naar de uitvoering van projecten.
De komende besluitvorming in Zuid-Holland wordt daarom belangrijker dan een provinciaal debat alleen. Als de provincie haar koers aanpast, kan dat meer ruimte geven aan nieuwe locaties en financiële haalbaarheid. Blijft het beleid strakker dan het Rijk wenselijk vindt, dan kan de spanning rond woningbouwlocaties, betaalbaarheid en regie verder oplopen.
Bron: fd.nl