De circulaire bouweconomie staat nog aan het begin van een rendabel verdienmodel, maar geopolitieke onzekerheid, leveringszekerheid en biobased teelt geven de markt nieuw momentum. Voor bouwers, ontwikkelaars en beleggers verschuift circulair bouwen daarmee van morele ambitie naar strategische noodzaak.
80.000 ha
landbouwgrond komt volgens Steven van Eijck in beeld voor teelt van biobased bouwmaterialen.
20-30%
duurder zijn biobased materialen vaak nog ten opzichte van traditionele materialen.
5%
duurder is houtbouw volgens de praktijkervaring nog ongeveer, maar het verschil wordt kleiner.
Circulaire bouweconomie krijgt wind in de rug
De circulaire bouweconomie heeft het economisch nog moeilijk, maar de strategische relevantie neemt toe. Waar circulair bouwen lange tijd vooral werd verbonden aan klimaatdoelen en morele urgentie, verschuift het gesprek steeds meer naar verdienvermogen, concurrentiekracht en leveringszekerheid. Dat maakt het onderwerp relevanter voor bouwbedrijven, ontwikkelaars, beleggers en overheden.
Tijdens het Lente-akkoordcongres werd duidelijk dat geopolitieke onzekerheid een nieuwe impuls kan geven aan circulair bouwen. Door internationale spanningen, waaronder de Iranoorlog, groeit het besef dat Nederland minder afhankelijk moet worden van kwetsbare mondiale aanvoerketens. Voor de bouwsector betekent dit dat lokale, herbruikbare en biobased materiaalstromen strategisch belangrijker worden.
Leveringszekerheid wordt een bouwkundig thema
De circulaire economie krijgt daarmee een andere lading. Het gaat niet alleen meer om minder afval of lagere CO₂-uitstoot, maar ook om grip op materialen. Oud-diplomaat Ron Keller verwacht dat oorlog en geopolitieke spanningen leiden tot schokken in aanleverketens. Producten kunnen duurder worden, later aankomen of helemaal uitblijven.
Dit is een belangrijk signaal. Projecten zijn gevoelig voor vertragingen, prijsstijgingen en materiaaltekorten. Circulair bouwen kan helpen om afhankelijkheid te verminderen, bijvoorbeeld door hergebruik, lokale productie, houtbouw en biobased materialen uit Nederlandse landbouwketens. Daarmee wordt circulariteit onderdeel van risicomanagement in gebiedsontwikkeling en bouwproductie.
Landbouw en bouw groeien naar elkaar toe
Een opvallende ontwikkeling is de rol van landbouw in de circulaire bouweconomie. Steven van Eijck ziet kansen om boeren te laten overstappen op de teelt van vlas, hennep en andere gewassen die als biobased bouwmateriaal kunnen worden gebruikt. Daarmee ontstaat een koppeling tussen stikstofbeleid, landbouwtransitie en de verduurzaming van de bouwsector.
Die koppeling is relevant omdat de bouw veel materiaal nodig heeft en de landbouw zoekt naar nieuwe verdienmodellen. Biobased teelt kan beide sectoren helpen: boeren krijgen een alternatief economisch perspectief, terwijl bouwers toegang krijgen tot hernieuwbare materialen met een lagere milieu-impact. De aangekondigde inzet van 80.000 hectare landbouwgrond laat zien dat de schaal van deze ontwikkeling serieus wordt genomen.
Voor de vastgoedsector wordt circulair bouwen steeds minder een idealistisch duurzaamheidsproject en steeds meer een strategie voor leveringszekerheid, materiaalwaarde en toekomstbestendige ontwikkeling.
Rendement blijft de grootste uitdaging
Ondanks de positieve signalen is de businesscase voor circulair bouwen nog kwetsbaar. Veel projecten met hout, biobased materialen of koplopersbeton zijn afhankelijk van ambitieuze opdrachtgevers die bereid zijn extra kosten te accepteren. Biobased materialen zijn vaak nog 20 tot 30 procent duurder dan traditionele materialen en ook de totale bouwkosten liggen regelmatig hoger.
Dat blijkt ook uit praktijkvoorbeelden. Bij houten projecten merkt ontwikkelaar De Nijs dat de bouwkosten hoger zijn en dat het rendement vanuit ontwikkeling onder druk staat. Tegelijkertijd komen de verschillen dichter bij elkaar. Een houten project voor Stadgenoot bleek enkele procenten duurder dan een betonnen alternatief, maar werd toch gekozen vanwege de duurzame meerwaarde.
Opschaling vraagt herhaling en kennisdeling
De sector leert vooral door te bouwen. Opdrachtgevers en ontwikkelaars spreken over ervaring opdoen, leergeld betalen en steeds slimmer repeteren. Vooral fabrieksmatige bouw en herhaling kunnen helpen om circulaire en biobased projecten betaalbaarder te maken. Naarmate ontwerpen, productieprocessen en materiaalkeuzes vaker worden toegepast, dalen risico’s en faalkosten.
Ook kennisdeling speelt een belangrijke rol. Architecten, bouwers en ontwikkelaars leren van gerealiseerde houtbouwprojecten en wisselen praktische ervaringen uit. De constatering dat veel duurzame gebouwen inmiddels al zijn gerealiseerd, is belangrijk voor de markt: circulair en biobased bouwen is geen theorie meer, maar een groeiende praktijk.
Vooruitblik: van koplopersmarkt naar volwassen keten
De circulaire bouweconomie bevindt zich in een overgangsfase. De kosten zijn nog hoger, het rendement is niet vanzelfsprekend en veel projecten vragen om opdrachtgevers met visie. Tegelijkertijd groeit de druk vanuit geopolitiek, klimaatbeleid, stikstofopgaven en materiaalzekerheid. Daardoor wordt de kans groter dat circulair bouwen versneld opschaalt.
Bron: cobouw.nl