Groeikernen als Nieuwegein, Zoetermeer, Almere en Houten kunnen volgens architectuurhistoricus Michelle Provoost een veel grotere rol spelen in de nationale woningopgave. De ruimte, infrastructuur en voorzieningen zijn er al. Met gerichte verdichting, woningaanpassingen en verbetering van de openbare ruimte kan extra woonruimte ontstaan zonder meteen nieuwe uitleglocaties te ontwikkelen.
15
nieuwe steden werden in enkele decennia als groeikern ontwikkeld
bijna 1 miljoen
mensen kregen destijds in relatief korte tijd een nieuwe woning
Van groeimodel naar nieuwe woonopgave
De groeikernen werden vanaf de jaren zeventig ontworpen als complete nieuwe steden met woningen, groen, voorzieningen en vernieuwende verkeersstructuren. Daarbij werd volop geëxperimenteerd met woonerven, fietsverbindingen, collectieve voorzieningen en openbare ruimte gericht op ontmoeting. Volgens Provoost wordt die stedenbouwkundige kwaliteit tegenwoordig te weinig herkend.
Tegelijkertijd begint de oorspronkelijke opzet te knellen. Veel wijken zijn gebouwd voor gezinnen met kinderen en bestaan grotendeels uit eengezinswoningen. Nu huishoudens kleiner en bewoners ouder worden, sluit die voorraad minder goed aan op de actuele woonvraag. Juist daar ontstaat ruimte voor nieuwe woningtypen en meer doorstroming.
Verdichten zonder het groen op te geven
Provoost pleit niet voor grootschalige sloop, maar voor wat zij stedelijke acupunctuur noemt. Optoppen, woningen splitsen en compacte bouwblokken toevoegen rond winkelcentra, OV-knooppunten en verouderde voorzieningen kunnen extra woningen opleveren. Meer bewoners vergroten bovendien het draagvlak voor winkels, scholen en maatschappelijke functies.
De kracht van groeikernen zit niet alleen in beschikbare ruimte, maar vooral in de combinatie van bestaande infrastructuur, voorzieningen en mogelijkheden voor gerichte verdichting.
Verduurzaming als kans voor kwaliteitsverbetering
Ook de verduurzamingsopgave kan volgens Provoost worden benut om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. Veel woningen uit de jaren zeventig zijn constructief nog goed, maar vragen om isolatie en modernisering. Door die ingrepen te combineren met architectonische verbetering en herinrichting van de openbare ruimte kan zowel de technische als de woonkwaliteit stijgen.
Bestaande steden opnieuw laten groeien
Voor gebiedsontwikkeling biedt dit een alternatief voor uitsluitend bouwen aan de stadsrand. Groeikernen beschikken al over verbindingen, groen en een basisniveau aan voorzieningen. Gerichte toevoegingen kunnen daar woningdiversiteit, draagvlak en toekomstwaarde versterken. De woningopgave wordt daarmee niet alleen een kwestie van méér bouwen, maar ook van bestaande steden slimmer doorontwikkelen.
Bron: cobouw.nl