Gemeentelijke bouwregels onder vuur bij Stoer

27 juli 2026 Leestijd: 3 minuten

Het programma Stoer blijft regels schrappen die woningbouw vertragen, maar volgens voormalig commissievoorzitter Friso de Zeeuw moet het kabinet harder optreden tegen gemeenten met aanvullende bouweisen. Uniforme regels kunnen ontwikkelaars meer zekerheid geven, voorbereidingskosten verlagen en voorkomen dat projecten per gemeente opnieuw moeten worden uitgewerkt.

70+

Schrap- en versimpelmaatregelen in de nieuwe Actieagenda Stoer.

2024

Jaar waarin de Tweede Kamer opriep tot handhaving op extra lokale eisen.

Lokale regels vergroten planrisico

Gemeentelijke bouweisen bij woningbouwprojectenStoer staat voor het schrappen van tegenstrijdige en overbodige eisen en regelgeving. Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Elanor Boekholt-O’Sullivan bevestigt dat het programma wordt voortgezet. De nieuwe actieagenda bevat ruim zeventig maatregelen die al zijn genomen of nog moeten worden uitgevoerd.

De Zeeuw is positief over die aanpak, maar vindt de aandacht voor bovenwettelijke gemeentelijke eisen onvoldoende. Gemeenten voegen soms eigen voorwaarden toe aan het Besluit bouwwerken leefomgeving. Zulke lokale koppen leiden tot verschillen in technische eisen, extra onderzoek en afzonderlijke onderhandelingen per locatie.

Rijk moet grenzen stellen

Volgens De Zeeuw moet het kabinet duidelijk vastleggen dat de Omgevingswet geen ruimte biedt voor aanvullende lokale bouwvoorschriften. Een meldpunt alleen is volgens hem niet voldoende. Hij pleit ervoor dat de minister één of twee keer met een formele instructie ingrijpt en zo duidelijk maakt waar de bestuurlijke grens ligt.

Een dergelijke ingreep kan spanning veroorzaken tussen het Rijk en gemeenten, maar De Zeeuw wijst op het politieke mandaat. De Tweede Kamer nam in 2024 een motie aan waarin werd gevraagd het verbod op bovenwettelijke eisen te handhaven. Voor marktpartijen kan heldere handhaving leiden tot beter voorspelbare investeringsbesluiten en minder vertraging tijdens de planvorming.

Landelijke minimumeisen bieden ruimte om vrijwillig duurzamer te bouwen, maar lokale verplichtingen kunnen kosten, doorlooptijd en financiële haalbaarheid per gemeente sterk laten verschillen.

Duurzaamheid vraagt landelijke keuzes

Gemeenten en provincies stellen dat aanvullende eisen soms nodig zijn omdat landelijke bouwregels onvoldoende ambitieus zijn op het gebied van duurzaamheid. De Zeeuw verzet zich niet tegen strengere normen, maar vindt dat zulke aanscherpingen landelijk moeten worden geregeld. Initiatiefnemers kunnen bovendien vrijwillig boven de minimumeisen van het Bbl bouwen.

Een uniforme aanpak voorkomt dat dezelfde woning of bouwmethode in de ene gemeente wel en in de andere gemeente niet voldoet. Dit vertaalt zich in meer mogelijkheden voor standaardisering, herhaalbare woningconcepten en schaalvoordelen bij ontwerp, inkoop en uitvoering.

Voorzichtige herziening van het Bbl

Naast Stoer bespreekt het kabinet een bredere herziening van het Bbl met overheden en marktpartijen. De Zeeuw onderschrijft dat het ruim dertig jaar oude bouwregelstelsel opnieuw moet worden bekeken, maar waarschuwt voor een volledige herziening. Zo’n operatie kan volgens hem jaren duren en nieuwe onzekerheid veroorzaken.

Voor woningbouwprojecten ligt de directe winst daarom vooral bij gerichte vereenvoudiging en consequente landelijke uitvoering. Minder lokale uitzonderingen verkleinen het regelgevingsrisico en maken kosten, planning en haalbaarheid eerder in het ontwikkelproces inzichtelijk.

Bron: cobouw.nl