Het kabinet verbreedt de geplande energie-eis voor huurwoningen. Energielabel D blijft vanaf 2029 het uitgangspunt, maar woningen kunnen ook voldoen wanneer het primaire fossiele energiegebruik onder een vaste grens blijft. Verhuurders krijgen daardoor meer ruimte om verduurzamingsmaatregelen af te stemmen op de technische staat en financiële haalbaarheid van een complex.
1 januari 2029
beoogde ingangsdatum van de energie-eis
290 kWh
maximaal fossiel energiegebruik per m2 per jaar
2030
jaar waarin de labelmethodiek verandert
Twee routes naar dezelfde energieprestatie
Het wetsvoorstel blijft gericht op het uitfaseren van huurwoningen met energielabel E, F en G. Een woning voldoet straks wanneer zij minimaal label D heeft. Ontbreekt dat label, dan is er een alternatieve route: het primaire fossiele energiegebruik mag maximaal 290 kilowattuur per vierkante meter per jaar bedragen.
Onder dat energiegebruik vallen de fossiele brandstoffen die nodig zijn voor verwarming, koeling, warm water en gebouwinstallaties. De wet wordt daarmee een prestatie-eis. Verhuurders mogen zelf bepalen met welke combinatie van isolatie, installaties en andere maatregelen zij het vereiste resultaat bereiken.
Kritiek op energielabels blijft deels staan
De aanpassing volgt op kritiek uit de internetconsultatie. Onder meer branchevereniging Aedes waarschuwde dat energielabels vooral bedoeld zijn om woningen te vergelijken en minder geschikt zijn om werkelijk energiegebruik of CO2-reductie te sturen. Bovendien verandert de achterliggende labelmethodiek in 2030.
Het kabinet komt hier gedeeltelijk aan tegemoet. Bestaande labels behouden na de wijziging hun geldigheid en het fossiele energiegebruik wordt een tweede toetsingsroute. Energielabels blijven echter een belangrijk beleidsinstrument, waardoor verhuurders voorlopig met beide systemen rekening moeten houden.
De bredere energie-eis biedt meer maatwerk, maar maakt portefeuillesturing ook complexer doordat labelklasse, energieprestatie en investeringskosten naast elkaar moeten worden beoordeeld.
Gevolgen voor renovatie en exploitatie
Voor woningcorporaties en particuliere verhuurders wordt het belangrijk om per complex de meest doelmatige verduurzamingsroute te bepalen. Een formele labelsprong kan ingrijpende bouwkundige maatregelen vereisen, terwijl in andere gevallen een combinatie van isolatie en efficiëntere installaties voldoende kan zijn om onder de energiegrens te komen.
Deze keuze werkt door in onderhoudsplannen, investeringsbudgetten, energielasten en de verhuurbaarheid van woningen. Woningen die niet tijdig voldoen, kunnen bovendien een groter regulerings- en waarderisico krijgen. Vroege inventarisatie voorkomt dat grote aantallen woningen vlak voor 2029 tegelijk moeten worden aangepakt.
Verdere aanscherping voorlopig uitgesteld
Het kabinet wilde eerder vanaf 2040 minimaal energielabel B voor huurwoningen verplichten. Die uitwerking wordt uitgesteld totdat meer duidelijkheid bestaat over de nieuwe labelindeling van 2030. Voor renovaties met een lange levensduur blijft het daarom verstandig om verder te kijken dan alleen de minimumeis van 2029.
Bron: cobouw.nl