Waterschap Rijn en IJssel lijkt zelf de kosten te moeten dragen voor de versterking van de BubbleDeck-vloeren in het hoofdkantoor in Doetinchem. Een advies aan de Hoge Raad wijst erop dat bouwer Aan de Stegge Groep waarschijnlijk niet aansprakelijk is voor de versterkingskosten. Voor vastgoedeigenaren onderstreept de zaak hoe groot de financiële impact kan zijn wanneer constructieve onzekerheid jaren na oplevering tot gebruiksbeperkingen leidt.
2008
jaar waarin Aan de Stegge het hoofdkantoor van het waterschap opleverde
40+
werkplekken zijn sinds de nasleep van Eindhoven niet bruikbaar in het pand
€17 mln
is de geraamde omvang van de klus voor versterking en achterstallig onderhoud
Aansprakelijkheid lijkt niet bij de bouwer te landen
De procureur-generaal adviseert de Hoge Raad om de eerdere lijn van het gerechtshof in stand te laten. Daarmee lijkt Aan de Stegge Groep niet te hoeven opdraaien voor de versterking van de vloeren in het hoofdkantoor van Waterschap Rijn en IJssel. Strikt genomen moet de Hoge Raad nog uitspraak doen, maar een advies van de procureur-generaal wordt zelden terzijde geschoven.
De zaak draait om BubbleDeck-vloeren, een type bollenvloer dat na de instorting van de parkeergarage in Eindhoven in 2017 onder een vergrootglas kwam te liggen. Sindsdien kan het waterschap ruim veertig werkplekken in het pand in Doetinchem niet gebruiken. In de praktijk komt dit neer op langdurige exploitatiebeperking, ook zonder dat daadwerkelijk instortingsgevaar is vastgesteld.
Bewezen sterkte weegt zwaar mee
De procureur-generaal volgt de redenering van de advocaten van de aannemer en is er niet van overtuigd dat het pand op instorten staat. De adviseurs van het waterschap wijzen erop dat de constructie strikt genomen niet voldoet aan rekenregels en wetgeving, maar dat is volgens het advies niet hetzelfde als direct bezwijkgevaar.
Een belangrijk punt is de bewezen sterkte van de constructie. Het gebouw is al jaren in gebruik en vertoont volgens de aangehaalde argumentatie geen schade die past bij bewegende betonvloeren, zoals glasschade aan de verdiepingshoge glaspanelen in de gevel. Hierdoor ontstaat juridisch en technisch onderscheid tussen normatieve onzekerheid en aantoonbaar constructief falen.
De zaak laat zien dat een constructie die niet volledig aan rekenregels voldoet, niet automatisch leidt tot aansprakelijkheid van de oorspronkelijke bouwer. Bewezen gebruiksprestaties en genomen veiligheidsmaatregelen kunnen zwaar meewegen.
Maatregelen namen direct gevaar weg
Het waterschap liet op advies van ABT ruim veertig werkplekken ontruimen, stempels plaatsen onder zwakke zones en loopbruggen aanbrengen om delen van het gebouw te kunnen blijven gebruiken. Volgens de procureur-generaal was daarmee direct gevaar geweken. Dat gegeven maakt het lastiger om de aannemer alsnog aansprakelijk te houden voor de latere versterkingskosten.
Voor vastgoedeigenaren is dit een belangrijk signaal. Tijdelijke beheersmaatregelen kunnen noodzakelijk zijn om veiligheid en gebruik te borgen, maar ze lossen de financiële vraag niet automatisch op. De kosten van onderzoek, beperking, tijdelijke voorzieningen en definitieve versterking kunnen uiteindelijk bij de eigenaar blijven liggen.
Versterking loopt vooruit op de uitspraak
De definitieve uitspraak van de Hoge Raad wordt waarschijnlijk kort na de zomer verwacht. Tegen die tijd start aannemer Van Wijnen naar verwachting met de versterking van de vloeren. De totale klus is begroot op ongeveer 17 miljoen euro en omvat ook noodzakelijk onderhoud dat de afgelopen jaren is blijven liggen.
Hoeveel van dat bedrag specifiek is bestemd voor de versterking van de vloeren, kan het waterschap volgens de bron niet aangeven. Betonreparatiebedrijf Balm zal vermoedelijk de feitelijke versterking uitvoeren met koolstof-verlijming. Dit vertaalt zich in een ingreep waarbij constructieve zekerheid, onderhoud en gebruikscontinuïteit in één operatie samenkomen.
Nasleep Eindhoven blijft doorwerken
De discussie over bollenvloeren kreeg een impuls na de gedeeltelijke instorting van de parkeergarage in Eindhoven in mei 2017. Volgens voormalig BubbleDeck-directeur Rob Plug is de discussie over bollen- en breedplaatvloeren daarna een verkeerde kant opgegaan. Hij stelt dat de instorting niet werd veroorzaakt door vermeende zwakke voegen of gebrek aan hechting, maar door fouten in de uitvoering.
Plug wijst onder meer op betonstorten bij vorst, het te snel verwijderen van stempels en het negeren van scheuren en verzakkingen. Die lezing is onderdeel van een bredere discussie over oorzaak, verantwoordelijkheid en risicobeoordeling bij bestaande gebouwen met vergelijkbare vloersystemen. Voor gebouwbeheerders blijft vooral de praktische vraag hoe zekerheid kan worden verkregen zonder onnodig grote ingrepen.
Meer eigenaren zitten met versterkingsopgaven
Waterschap Rijn en IJssel is niet de enige eigenaar die nog met de nasleep van Eindhoven worstelt. In Krimpen aan den IJssel zijn de laatste versterkingswerkzaamheden aan de vloeren en het dak van het Krimpenerwaardcollege vrijwel afgerond. De gemeente maakte daarvoor eind vorig jaar het laatste geld vrij; in totaal kostte de versterking bijna 6 ton.
Ook in de Jubi-torens in Den Haag wordt al jaren gewerkt aan het versterken van vloeren. Daar ontwikkelde Interboor Midsland samen met Van Rossum en B+Bteq een injecteerbaar doorsteekanker dat de boven- en onderplaat van de bollenvloer naar elkaar toe trekt. De kantoorverdiepingen zijn inmiddels aangepakt, maar druk gebruikte vergaderzalen in de plint moeten nog volgen.
Constructieve onzekerheid wordt vastgoedrisico
Voor de vastgoedpraktijk laat de zaak zien dat constructieve onzekerheid veel verder reikt dan techniek alleen. Werkplekken kunnen uitvallen, onderhoud kan blijven liggen en besluitvorming over versterking kan jarenlang worden beïnvloed door aansprakelijkheidsdiscussies. Het gevolg is dat juridische positie, technische beoordeling en exploitatiebelang steeds nauwer met elkaar verweven raken.
Eigenaren van gebouwen met vergelijkbare vloersystemen zullen daarom niet alleen naar rekenkundige normen moeten kijken, maar ook naar bewezen prestaties, schadebeelden, gebruiksbeperkingen en de kosten van tijdelijke of definitieve maatregelen. De uitspraak van de Hoge Raad kan richting geven aan de vraag wanneer een bouwkundig risico ook daadwerkelijk bij de oorspronkelijke bouwer kan worden neergelegd.
Bron: cobouw.nl