Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer steunt versoepelingen van de huurregels, omdat steeds meer verhuurders hun woningen verkopen. Voor de vastgoedpraktijk draait het debat om een lastige balans: huurders beschermen tegen te hoge huren, zonder het rendement op middenhuurwoningen verder onder druk te zetten.
112 van 150
zetels steunden in april 2024 de Wet betaalbare huur
2027
was het geplande moment voor evaluatie van de wet
september
worden aanvullende maatregelen voor de huursector verwacht
Kamer kiest voor bijsturen
De Tweede Kamer steunt in meerderheid de maatregelen waarmee het kabinet wil voorkomen dat verhuurders hun huurwoningen van de hand doen. Daarmee verschuift het politieke debat van alleen huurprijsbescherming naar de vraag hoe de middenhuursector aantrekkelijk genoeg blijft voor particuliere en institutionele beleggers.
De Wet betaalbare huur werd in april 2024 met brede steun aangenomen. De evaluatie stond oorspronkelijk gepland voor 2027, maar de verkoopgolf onder verhuurders heeft de druk opgevoerd om eerder in te grijpen. In de praktijk komt dit neer op een correctie voordat het volledige effect van de wet formeel is geëvalueerd.
Meer ruimte in het puntenstelsel
Het kabinet zet de eerder aangekondigde plannen van voormalig woonminister Mona Keijzer door. Tijdelijke huurcontracten moeten vaker mogelijk worden, de WOZ-waarde krijgt meer invloed op de maximale huurprijs en het ontbreken van buitenruimte leidt niet langer automatisch tot een beperking van de huur.
Voor verhuurders kan dit de exploitatie van middenhuurwoningen verbeteren, vooral op locaties waar de WOZ-waarde relatief hoog is. Het gevolg is dat een deel van de gereguleerde voorraad mogelijk beter aansluit op de marktwaarde van het vastgoed, terwijl de kern van het puntenstelsel behouden blijft.
Nieuwbouw krijgt langere opslag
Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan wil nog een extra stap zetten door verhuurders langer een hogere huur te laten vragen voor nieuwbouwwoningen. Daarmee moet de bouw van nieuwe middenhuurwoningen aantrekkelijker worden voor investeerders die rekenen met stijgende bouwkosten, financieringslasten en onzekerheid over toekomstige huurinkomsten.
Voor ontwikkelaars en beleggers zit de betekenis vooral in voorspelbaarheid. Een langere periode met extra huurruimte kan projecten eerder haalbaar maken, omdat de inkomstenkant van de businesscase minder snel wordt begrensd door regulering.
De discussie over middenhuur verschuift van de maximale huurprijs naar het totale investeringsklimaat. Rendement, fiscale druk en regulering worden steeds meer als één samenhangend vraagstuk behandeld.
Box 3 komt nadrukkelijker in beeld
Meerdere partijen wijzen erop dat het probleem niet alleen in de huurregels zit. Vooral box 3 wordt genoemd als factor die het rendement voor verhuurders onder druk zet. Hierdoor ontstaat een bredere discussie over de vraag of fiscale lasten en huurregulering samen nog voldoende ruimte laten voor rendabele verhuur.
D66 en CDA willen de middenhuurwet grotendeels overeind houden en zoeken de oplossing vooral in het verbeteren van het fiscale en investeringsklimaat. De VVD vindt de huidige voorstellen juist te beperkt en wil ook verder ingrijpen in het puntenstelsel dat de maximale huur bepaalt.
Balans blijft bepalend voor middenhuur
De politieke lijn lijkt voorlopig uit te komen op gerichte versoepeling, zonder de Wet betaalbare huur volledig open te breken. Dat geeft huurders bescherming, maar biedt verhuurders op enkele onderdelen meer ruimte om kosten, waardeontwikkeling en rendement in de huurprijs terug te zien.
Voor de vastgoedmarkt wordt september een belangrijk moment. Dan wil de minister aanvullende maatregelen presenteren voor het investeringsklimaat in de huursector. Voor de praktijk houdt dit in dat beslissingen over aankoop, verkoop, nieuwbouw en portefeuillebeheer voorlopig sterk afhankelijk blijven van politieke keuzes rond huurbeleid en fiscaliteit.
Bron: fd.nl