Meer dan helft huishoudens woont te groot
23 februari 2026
Meer dan de helft van de huishoudens woont te groot
Meer dan de helft van alle Nederlandse huishoudens woont in een woning die, gemeten naar samenstelling en oppervlakte, eigenlijk te groot is. Dat blijkt uit een analyse van stadsgeograaf Cody Hochstenbach in economenvakblad ESB. Volgens zijn definitie woont bijvoorbeeld een tweepersoonshuishouden al ‘te groot’ bij een woonoppervlak vanaf 100 m2.
Gemiddeld beschikt een Nederlands huishouden over 131 m2. Daarmee wonen we aanzienlijk ruimer dan huishoudens in landen als Frankrijk en Italië, waar het gemiddelde rond de 100 m2 ligt. Het gaat echter niet alleen om gemiddelden. Uit de analyse blijkt dat 55% van de huishoudens meer ruimte inneemt dan strikt noodzakelijk, terwijl een grote groep woningzoekenden moeite heeft om überhaupt passende woonruimte te vinden.
Ongelijke verdeling van de woningvoorraad
De beschikbare woningvoorraad is volgens de onderzoekers scheef verdeeld. Ruim een half miljoen huishoudens woont zelfs ‘sterk overdadig’, terwijl starters en alleenstaanden vaak genoegen moeten nemen met kleine appartementen of noodgedwongen langer thuis blijven wonen.
In theorie zou het woningtekort aanzienlijk kunnen slinken wanneer de ruimst wonende 4,1 miljoen huishoudens gemiddeld 11 m2 zouden inleveren. Dat kan door doorstroming naar kleinere woningen, het splitsen van bestaande woningen of het stimuleren van woningdelen. Het zet de discussie over efficiënt ruimtegebruik op scherp.
Fiscale prikkels en hypotheekrenteaftrek ter discussie
Om groot wonen minder aantrekkelijk te maken, pleiten deskundigen voor stevige beleidsmaatregelen. Zo wordt gedacht aan het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek, die relatief duur en ruim wonen fiscaal ondersteunt. Ook het schrappen van overdrachtsbelasting zou verhuizen laagdrempeliger kunnen maken.
Daarnaast klinkt de oproep om woningdelen juist actief te stimuleren. Momenteel worden sommige uitkeringen gekort wanneer mensen gaan samenwonen. Dat werkt remmend, terwijl gedeeld wonen juist kan bijdragen aan een betere benutting van de woningvoorraad. Het omkeren van bestaande toeslagregels kan volgens experts helpen om dit patroon te doorbreken.
Doorstroming op de woningmarkt blijft weerbarstig
In het coalitieakkoord staan al plannen om de woningvoorraad efficiënter te benutten, zoals het vergunningsvrij splitsen van woningen. Gemeenten tonen zich voorzichtiger positief, al vraagt dit om zorgvuldige afwegingen rond leefbaarheid en draagvlak in buurten.
Toch is de praktijk weerbarstig. De bestaande woningvoorraad bestaat grotendeels uit eengezinswoningen, terwijl het aantal kleine huishoudens blijft groeien. Nieuwbouwprojecten spelen hier steeds vaker op in, maar het duurt decennia voordat de totale voorraad in balans is. Bovendien blijkt uit onderzoek dat hogere belastingen of financiële prikkels huiseigenaren niet snel tot verhuizen bewegen. Verhuizen kost geld, tijd en energie, en veel huishoudens kiezen voor zekerheid.
Sociale huur en senioren als sleutel in woningmarkt
Ook binnen de sociale huursector woont een aanzienlijk deel van de huurders ruimer dan noodzakelijk. Ongeveer 31% zou op basis van huishoudsamenstelling kleiner kunnen wonen. Instrumenten zoals inkomensafhankelijke huur kunnen daarbij sturen, maar liggen politiek gevoelig.
Doorstroming van senioren wordt vaak gezien als een cruciale schakel. Hoewel er plannen zijn voor meer geschikte ouderenwoningen, blijkt het financieel vaak aantrekkelijker om nieuwe eengezinswoningen te ontwikkelen. Daarmee blijft het spanningsveld tussen marktdynamiek en maatschappelijke behoefte bestaan.
Een efficiëntere woningmarkt vraagt daarom niet alleen om beleidswijzigingen, maar ook om een bredere mentaliteitsverandering. Ruim wonen is comfortabel en diep verankerd in de Nederlandse wooncultuur. Tegelijkertijd groeit het besef dat slimmer omgaan met vierkante meters een wezenlijk onderdeel is van het oplossen van het woningtekort.
Bron: fd.nl