Kritiek op woningbouwkeuzes in Nota Ruimte

29 januari 2026

Vraagtekens bij ruimtelijke keuzes

Gemeenten willen woningbouw stimuleren met lage grondprijsHet Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) vindt dat het kabinet onvoldoende onderbouwt waarom juist bepaalde woningbouwlocaties zijn aangewezen in de nieuwe Ontwerp-Nota Ruimte. Hoewel het PBL de terugkeer van regie vanuit het Rijk op ruimtelijke ordening toejuicht, mist het in de plannen een duidelijke samenhang tussen wonen, water, bodem en economische ontwikkeling.

De 127 nieuwe woningbouwlocaties, de 21 Novex-gebieden en andere kleinere bouwlocaties zijn volgens het PBL nog te weinig met elkaar verbonden via een overkoepelende visie. Het kabinet zou meer expliciet moeten maken hoe afwegingen tot stand zijn gekomen en welke risico’s er spelen, zeker als het gaat om kwetsbare gebieden.

Water en bodem nog te weinig leidend

Volgens het PBL is het onduidelijk in hoeverre water- en bodemsystemen hebben meegespeeld bij het selecteren van woningbouwlocaties. Een flink aantal geplande bouwlocaties ligt namelijk in gebieden waar waterveiligheid, bodemdaling en hittestress juist grote uitdagingen vormen.

Hoewel bouwen in zulke gebieden niet per definitie onwenselijk is, moet volgens het planbureau beter worden uitgelegd welke maatregelen worden genomen en hoe risico’s worden geminimaliseerd. De aansluiting van de ruimtelijke keuzes bij bestaande opgaven voor waterkwaliteit en klimaatadaptatie blijft te abstract.

Wonen los van economie werkt niet

Een ander aandachtspunt is het gebrek aan koppeling tussen woningbouw en economische ontwikkeling. Het kabinet wil bouwen in regio’s met relatief weinig werkgelegenheid en voorzieningen. Volgens het PBL zijn dit geen vanzelfsprekende plekken waar mensen willen gaan wonen, tenzij er eerst wordt geïnvesteerd in economie, infrastructuur, onderwijs en voorzieningen.

Woningbouw en economische activiteit moeten gelijktijdig worden ontwikkeld. Anders dreigt het risico dat nieuwbouw in deze regio’s moeilijk aansluit op de woonvraag. Volgens het PBL zijn investeringen in werkgelegenheid en bereikbaarheid een cruciale voorwaarde voor succesvolle stedelijke ontwikkeling.

Reacties uit politiek en beleid

Coördinator Errik Buursink van het ministerie van BZK verdedigt het beleid door te stellen dat de meeste woningbouw wordt gepland in het westen van Nederland, waar de vraag het grootst is. In krimpregio’s zou woningbouw pas volgen ná economische stimulering. Dit zou volgens hem ook expliciet in de nota zijn vastgelegd.

Demissionair minister Keijzer (VRO) reageerde eveneens op het PBL-rapport. Hoewel zij de toon van het planbureau als constructief omschrijft, verzet ze zich tegen de suggestie dat uitbreiding van natuur noodzakelijk is. In een dichtbevolkt land als Nederland vindt zij dat onrealistisch, zeker met de groei naar 20 miljoen inwoners in het vooruitzicht. Ook de vraag wie dit moet betalen, blijft volgens haar onbeantwoord.

Bron: cobouw.nl