Circulaire economie loopt vast zonder hulp voor opschaling

22 januari 2026

Een groen paradijs vol circulaire hoop

Een circulaire economie in 2050 lijkt minder onhaalbaar dan gedachtIn het voormalige Tropicana-zwembad aan de Rotterdamse Maas lijkt de circulaire economie springlevend. Tussen tropisch geschilderde muren en oude glijbanen werken start-ups aan innovatieve materialen: tegels van bagger, tassen van plantenleer en zonnepanelen gemaakt uit reststromen. BlueCity, de circulaire broedplaats die dit alles mogelijk maakt, biedt hen laboratoria, coaching en juridische ondersteuning.

Toch is het volgens oprichter en vertrekkend directeur Sabine Biesheuvel een façade die niet het hele verhaal vertelt. “We hebben een vals gevoel van vooruitgang”, stelt ze. “Zolang structurele belemmeringen niet worden aangepakt, blijft echte opschaling uit.”

Waarom de circulaire economie stokt

Hoewel er in politiek en media jarenlang veel aandacht was voor circulair ondernemen, blijft tastbare vooruitgang uit. Het Planbureau voor de Leefomgeving slaat al sinds 2019 alarm: de circulaire economie blijft steken rond 4% van het bbp. Het Centraal Bureau voor de Statistiek bevestigt dat deze bijdrage al twintig jaar nauwelijks beweegt.

Volgens Biesheuvel zit het probleem niet in de ideeën of motivatie. Er is creativiteit genoeg, en sommige start-ups winnen zelfs prijzen of ontvangen subsidies. Maar de sprong van laboratorium naar massaproductie blijkt zelden haalbaar. Financiering, wet- en regelgeving, vergunningen en ruimtetekort vormen een wirwar van obstakels waar veelbelovende initiatieven op stranden.

Opschaling: het ontbrekende puzzelstuk

BlueCity heeft zich inmiddels opnieuw gepositioneerd: geen breed takenpakket meer, maar focus op begeleiding van startende ondernemers. Biesheuvel zelf legt zich toe op de volgende fase: het opschalen van bedrijven buiten BlueCity. Want juist dáár wringt de schoen.

Ze ziet twee type ondernemers langskomen. Enerzijds ambachtelijke makers die meubels van resthout bouwen of leer produceren uit fruit. Deze initiatieven zijn vaak arbeidsintensief en moeilijk schaalbaar. Anderzijds zijn er industrieel ingestoken start-ups met biotechnologische of chemische toepassingen. Hun uitdaging ligt niet in het idee, maar in het realiseren ervan: het vinden van ruimte, financiering en ambtenaren die de technologie begrijpen.

Beleidsblindheid en een stug systeem

De overheid lijkt het belang van circulair ondernemen wel te erkennen, getuige het streven naar een volledig circulaire economie in 2050. Maar in de praktijk laat structurele ondersteuning te wensen over. Zo werd het budget voor het nationale circulaire programma recent teruggeschroefd naar slechts 45 miljoen euro.

Bovendien blijven ondernemers vastlopen op taaie regelgeving. Zo gelden reststromen vaak nog als afval, met alle juridische gevolgen van dien. En wie plaatmateriaal wil maken van zeewier, komt in een woud van vergunningen terecht. De overheid blijft vooral focussen op recycling, maar mist visie en daadkracht om nieuwe circulaire ketens echt van de grond te krijgen.

Een markt die faalt zonder dwingende maatregelen

Biesheuvel pleit dan ook voor strategische keuzes en stevige overheidsinterventie. Niet alleen hulp in de beginfase, maar een markt die werkt voor circulaire spelers. Denk aan duidelijke normen voor het gebruik van gerecyclede materialen, strengere eisen aan de herkomst van producten en betere toegang tot financiering.

Want zolang goedkoop geproduceerd wegwerpspul uit het buitenland de norm blijft, maakt lokaal circulair produceren weinig kans. “Onze hele samenleving is ingericht op consumptie. Wil je daar iets tegenover zetten, dan moet je serieus durven ingrijpen”, stelt ze. De beloften voor 2050? Die zijn volgens haar zonder krachtige actie niet meer dan een papieren droom.

Bron: nrc.nl