Executieveiling leidt tot conflict tussen ING en veroordeelde klant
12 januari 2026
Hypotheek opgeëist na straf voor drugshandel
Rob, inmiddels zestiger en veroordeeld voor drugshandel, kwam na zijn arrestatie en gevangenisstraf in een juridische strijd terecht met ING. De bank zegde de relatie op, eiste zijn hypotheek op en veilde zijn pand voor een bedrag dat ver onder de openstaande lening lag. Rob bleef achter met een restschuld van ruim een ton.
De hypotheek op het pand in de kop van Noord-Holland was in 2006 afgesloten voor €500.000. Toen ING in 2020 de lening opeisbaar stelde, zat Rob vast in een Spaanse gevangenis. Post deed er weken over en de communicatie met de bank verliep moeizaam. Toch ging ING over tot executieverkoop, wat resulteerde in een opbrengst van €400.000.
ING handelde volgens de regels, maar niet zonder gevolgen
Voor ING was de zaak helder: Rob was veroordeeld voor drugshandel en ondanks dat witwassen niet bewezen werd, voldeed hij volgens de bank niet langer aan de eisen van klantintegriteit. Op basis van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) was de beëindiging van de relatie volgens de bank gerechtvaardigd.
De executieveiling bleek echter financieel desastreus. Volgens Rob en zijn advocaat had een verkoop via een reguliere makelaar aanzienlijk meer kunnen opleveren. In een markt waarin vastgoedprijzen stijgen, daalde de waarde van zijn pand met 20%, stelt hij.
Restschuld leidt tot slepende juridische strijd
Rob stelde dat de bank zijn eigendom onterecht onder de hamer had gebracht en vorderde het bedrag terug dat hij inmiddels aan ING had afgelost: ruim €50.000. Hij betaalde maandelijks €1.000 af en had al een deel van zijn spaargeld overgemaakt.
De juridische strijd sleepte zich voort, tot een zitting waarin Rob aangaf bereid te zijn tot een schikking. Zijn voorstel: beide partijen laten de zaak rusten, mits ING het resterende bedrag van de schuld zou kwijtschelden.
Schikking met gesloten beurzen beëindigt de zaak
Tijdens een gesprek op de gang werd de impasse doorbroken. ING en Rob kwamen tot een akkoord: de zaak wordt afgehandeld met gesloten beurzen. Rob hoeft de rest van zijn schuld niet meer te betalen, en ING ziet af van verdere vorderingen.
Een opvallende casus die vragen oproept over hoe banken omgaan met klanten in strafrechtelijke procedures, en wat het betekent wanneer wettelijke verplichtingen botsen met marktwerking en menselijke omstandigheden.
Bron: fd.nl