Limburg blijft kwetsbaar voor hoogwater

29 juni 2026 Leestijd: 4 minuten

Vijf jaar na de overstromingen in Limburg is de schadeafhandeling bij een nieuwe waterramp nog altijd kwetsbaar. De Wet Tegemoetkoming Schade blijft het belangrijkste vangnet, maar die regeling is complex, beperkt en voor gedupeerden niet altijd voldoende.

2021

werd Limburg getroffen door hevige regenval en overstromingen van onder meer Geul en Maas.

700

woningen waren destijds tijdelijk onbewoonbaar door de wateroverlast.

1998

werd de Wet Tegemoetkoming Schade ingericht na grote overstromingen in de jaren negentig.

Schade blijft lastig te verhalen

Overstromingsschade aan woningen en vastgoedDe overstromingen in Limburg maakten pijnlijk duidelijk hoe ingewikkeld schadeafhandeling na extreem weer kan zijn. Bewoners, ondernemers, winkels, horeca en instellingen kregen te maken met ernstige waterschade, waarna al snel de vraag op tafel lag wie de rekening moest betalen.

De overheid riep de Wet Tegemoetkoming Schade in als vangnet. Die wet is bedoeld voor situaties waarin mensen zich niet voldoende zelf kunnen verzekeren tegen rampenschade. In de praktijk bleek dat vangnet echter niet overal aan te sluiten op de schade die bewoners en ondernemers ervoeren.

WTS dekt niet alles

De WTS is geen volledige schaderegeling, maar een achtervang. Vooral in zwaar getroffen gebieden waar schade ontstond door kleinere beken en geulen, bleek verzekering in sommige gevallen mogelijk te zijn geweest. Daardoor viel schade niet automatisch onder de regeling.

Ook wie verzekerd was, kreeg niet altijd genoeg uitgekeerd om de schade volledig te herstellen. Extra kosten, zoals dubbele woonlasten bij een tijdelijk onbewoonbare woning, vielen bovendien niet vanzelfsprekend onder vergoeding. Voor vastgoedbezitters en gebruikers betekent dit dat de financiële nasleep van wateroverlast verder kan reiken dan de fysieke schade aan het pand.

De grootste onzekerheid bij overstromingsschade zit niet alleen in het water zelf, maar in de vraag welke schade verzekerd is, welke schade onder de overheid valt en welke kosten uiteindelijk bij eigenaar of gebruiker blijven liggen.

Extra regelingen ondergraven het systeem

Om gaten in de schadeafhandeling te dichten, werden na Limburg aanvullende regelingen opgetuigd. Dat hielp gedupeerden op onderdelen, maar maakte het systeem ook minder helder.

Wanneer achteraf steeds extra regelingen ontstaan, wordt het lastiger om vooraf te bepalen waarvoor eigenaren, huurders en ondernemers zich moeten verzekeren. In de praktijk komt dit neer op een prikkelprobleem: als de overheid na een ramp toch bijspringt, wordt verzekeren minder vanzelfsprekend.

Verzekeraars willen bredere oplossing

Verzekeraars hebben de afgelopen jaren gepleit voor een bredere waterschadeverzekering in samenwerking met de overheid. Zo’n publiek-private oplossing zou ook schade door grote rivieren en zelfs de zee moeten kunnen omvatten.

De gedachte daarachter is dat verzekeraars een grote waterramp in Nederland niet alleen kunnen dragen. Met een overheidsgarantie bij extreem hoge schadebedragen zou een breder verzekeringsmodel mogelijk worden, vergelijkbaar met de manier waarop risico’s rond terroristische aanslagen zijn georganiseerd.

Eén loket is er nog niet

De overheid koos twee jaar geleden niet voor zo’n brede publiek-private verzekering en wil vasthouden aan de WTS. Wel werd gekeken naar verbetering van de uitvoering, onder meer door vooraf duidelijker vast te leggen welke schade onder de regeling valt.

Ook het idee van één loket voor gedupeerden ligt op tafel. Dat zou voorkomen dat bewoners en ondernemers voor het ene deel van hun schade bij de verzekeraar moeten aankloppen en voor het andere deel bij de overheid. Medio 2026 wordt die optie echter nog altijd verkend.

Vastgoed moet rekening houden met restschade

Voor de vastgoedpraktijk is het risico daarmee helder. Klimaatverandering zorgt voor heftigere buien, maar de financiële bescherming bij overstromingsschade is nog niet even robuust meegegroeid.

Eigenaren, beleggers, beheerders en ondernemers doen er daarom goed aan om waterschaderisico’s niet alleen technisch, maar ook financieel en juridisch te beoordelen. Het gevolg is dat locatiekeuze, verzekering, huurafspraken, onderhoud en noodscenario’s belangrijker worden in de exploitatie van vastgoed.

Als Limburg nu opnieuw zou overstromen, is de kans groot dat de schadeafhandeling opnieuw traag, complex en onvolledig verloopt. Juist daarom blijft preventie, duidelijke dekking en heldere taakverdeling tussen overheid en verzekeraars essentieel.

Bron: nrc.nl