Gemeenten grijpen vaker naar voorkeursrecht op grond
3 maart 2026
Voorkeursrecht steeds populairder in actief grondbeleid
Gemeenten zijn de afgelopen jaren nadrukkelijker aanwezig op de grondmarkt. Het zogeheten voorkeursrecht – waarmee een gemeente als eerste het recht krijgt om een perceel te kopen – wordt aanzienlijk vaker ingezet dan voorheen. Daarmee versterken gemeenten hun positie in gebiedsontwikkeling en ruimtelijke ordening, juist nu de druk op de woningbouw onverminderd hoog is.
Het voorkeursrecht betekent dat een grondeigenaar zijn perceel eerst aan de gemeente moet aanbieden voordat verkoop aan een andere partij mogelijk is. Pas wanneer de gemeente afziet van aankoop, komt de grond vrij op de markt. Het instrument leidt dus niet automatisch tot een transactie, maar geeft overheden wel strategische regie in handen.
Toename grondaankopen sinds 2022 zichtbaar
Cijfers die BNR met hulp van vastgoedadviseur Savills analyseerde, laten zien dat het voorkeursrecht sinds 1990 in totaal 1575 keer definitief is ingezet. Opvallend is de versnelling in recente jaren. Tussen 1990 en 2021 werd het instrument 601 keer gebruikt, terwijl sinds 2022 – na de meest recente gemeenteraadsverkiezingen – bijna 1000 toepassingen zijn geregistreerd.
Daarnaast blijkt uit analyses van Kadastertransacties dat ook het daadwerkelijke aantal grondaankopen toeneemt. Sinds 2017 zetten gemeenten, met uitzondering van een dip in 2022, vrijwel ieder jaar vaker het voorkeursrecht in. De trend wijst op een hernieuwde bereidheid om actief grondbeleid te voeren.
Regie op woningbouw en ruimtelijke ordening
De heropleving van het voorkeursrecht hangt nauw samen met de schaarste aan ruimte en de ambitie om de woningbouwproductie te versnellen. Door eerder in het proces grondposities veilig te stellen, kunnen gemeenten meer invloed uitoefenen op locatiekeuze, programma en betaalbaarheid van nieuwe woonwijken.
De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur adviseerde recent om als overheid steviger grip te nemen op de grondmarkt en bestaande instrumenten vaker te benutten. Het voorkeursrecht wordt daarbij expliciet genoemd als middel om publieke doelen beter te borgen in gebiedsontwikkeling.
Financiële risico’s van gemeentelijke grondaankopen
Actief grondbeleid brengt echter ook risico’s met zich mee. Na de financiële crisis werden meerdere gemeenten geconfronteerd met forse afboekingen op grondposities, omdat woningbouwprojecten stilvielen en verwachte waardestijgingen uitbleven. Deze ervaringen maakten overheden jarenlang terughoudend.
De huidige opleving laat zien dat de balans opnieuw wordt gezocht. Enerzijds is er de noodzaak om tempo te maken met woningbouw, anderzijds blijven grondexploitaties gevoelig voor marktontwikkelingen, rentestanden en bouwkosten. Een stevige grondpositie kan strategisch voordeel opleveren, maar vraagt om scherpe financiële sturing en risicomanagement.
Rijksgrondfaciliteit moet drempel verlagen
Om gemeenten meer ruimte te geven bij grondaankopen kondigde het vorige kabinet een Rijksgrondfaciliteit aan. Hiermee zou het Rijk delen in de financiële risico’s van gemeentelijke grondposities. Voor de komende vier jaar is hiervoor €390 mln gereserveerd.
In het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA werd bovendien uitgesproken dat gemeenten meer mogelijkheden moeten krijgen om actief grondbeleid te voeren en grond tegen redelijke prijzen aan te kopen. Een aanvullende structurele budgetverhoging voor grondbeleid is daarbij echter niet expliciet opgenomen.
De combinatie van politieke steun, toenemende woningbouwdruk en hernieuwde inzet van het voorkeursrecht maakt duidelijk dat de grondmarkt opnieuw een strategisch speelveld is geworden. Wie actief is in gebiedsontwikkeling doet er goed aan deze verschuiving scherp te volgen.
Bron: fd.nl